Acties / Workflow aanmaken en beheren

Download als PDF

Curasoft biedt veel mogelijkheden voor het inrichten van een specifiek proces en de daarbij bijbehorende acties. Een opeenvolging van acties wordt ook wel “workflow” genoemd.

 

Voorbeeld 1: Communicatie versturen bij uitvoeren

Een veel gebruikte actie is om bij het uitgevoerd zetten van een activiteit een communicatiescherm te tonen. We gebruiken dit als voorbeeld om de werking van Acties / Workflow te demonstreren. De actie kan als volgt worden gerealiseerd.

 

Ga naar “Procesdefinities” en vervolgens “Activiteittype”. Selecteer het activiteittype waar de actie voor moet gelden (bijv: Verstuur eindrapportage). Open het tabblad “Actie uitvoeren wanneer” en klik op de knop “Actie toevoegen” om een nieuwe actie toe te voegen.

 

Actie toevoegen

Een nieuw scherm opent waarin de volgende velden kunnen worden ingesteld:

  • Activiteittype: Controleer of hier het zojuist geselecteerde activiteittype staat
  • Wanneer: hier kunt u kiezen of de actie moet worden gedaan wanneer de “Activiteit is uitgevoerd” of wanneer de “Activiteit is gepland”
  • Actie: Voor het versturen van een communicatie moet deze staan op “Verstuur communicatie”.
  • Template: Hier kan een template worden geselecteerd welke dan direct wordt geladen wanneer het communicatiescherm wordt geopend.

 

Ontvanger toevoegen

  • Om aan te geven wie de communicatie mag ontvangen moet er op de knop “Voeg ontvanger toe” worden geklikt. Er wordt een nieuw scherm geopend waarin de volgende velden kunnen worden ingesteld:
    • Type ontvanger: Selecteer hier het type van de ontvanger.
    • Betrokken persoon: Hier kunt u selecteren naar welk type betrokken persoon de communicatie gaat. Bijvoorbeeld Medewerker of Contactpersoon. In dat geval zal de communicatie worden gericht aan alle medewerkers welke in het scherm Betrokken personen van het dossier staan.
    • Functie: Wanneer deze bijvoorbeeld staat op Coördinator dan zal de communicatie naar alle medewerkers gaan van het type Coördinator.
    • Informatietype: Wanneer deze staat op bijvoorbeeld Medische informatie dan zal de communicatie worden verstuurd naar alle betrokken personen waarbij het vinkje Medische informatie is aangevinkt.

In het voorbeeld wordt er communicatie verstuurd naar alle betrokken personen versturen waar het vinkje voor Logistieke informatie is aangevinkt. Kies daarom in het scherm voor het toevoegen van de ontvanger als Type ontvanger de optie Normaal en bij Informatietype de optie Logistieke informatie. Klik op “Opslaan”om de wijziging op te slaan. Eventueel kunt u nog type ontvanger selecteren.

 

Filters instellen

Bij het instellen van de ontvangers is het van belang om te weten dat de communicatie standaard naar alle betrokken personen zal worden gestuurd. Door het toevoegen van een ontvanger voegen we een filter toe op deze betrokken personen.

In onderstaand voorbeeld zal de communicatie worden verzonden naar iedereen die het vinkje “Werkgeversrapportage” heeft aangevinkt bij betrokken personen en naar iedereen die het vinkje “Medische informatie” heeft aangevinkt bij betrokken personen.

 

 

Wanneer u een ontvanger toevoegt, ziet u het volgende venster. U kunt het filter op verschillende niveaus instellen, dit betekent dat in het onderstaand voorbeeld de communicatie gaat naar de betrokken personen van het type “Cliënt” waarbij ook het vinkje “Medische informatie” staat aangevinkt.

 

 

 

Voorbeeld 2: Vervolgproduct uitrollen bij goedkeuren

Met Acties / Workflow is het ook mogelijk om aan te geven dat bij het uitvoeren van een activiteit er een vervolgproduct moet worden aangemaakt. Dit is handig wanneer je bij het uitvoeren van een activiteit bijvoorbeeld een beslismoment wilt instellen voor vervolg-acties. Enkele voorbeelden kunnen zijn:

  • Uitvoeren tussenevaluatie: na het uitvoeren van een tussenevaluatie moet er een keuze worden gemaakt tussen Zorgtraject A of Zorgtraject B als vervolgbehandeling. Wanneer u de tussenevaluatie uitvoert, verschijnt er een scherm waarin de gebruiker kan kiezen tussen deze twee trajecten.
  • Uitvoeren toetsen rapportage: bij het toetsen van een rapportage moet worden aangegeven of deze goed- of afgekeurd is. Hiervoor kan er een product “Rapportage Getoetst” worden aangemaakt. Wanneer het toetsen wordt uitgevoerd, wordt het product “Rapportage Getoetst” aangemaakt waarbij u in het venster kunt kiezen tussen goed- of afgekeurd. Als de rapportage is goedgekeurd wordt de activiteit “Rapportage Verzenden” aangemaakt.

 

Inrichten

Het toetsen van een rapportage kan als volgt worden ingericht. Ga naar “Procesdefinities” en vervolgens “Activiteittype”.

 

Zoek de activiteit Toetsen rapportage selecteer deze en ga naar het tabblad “Actie uitvoeren wanneer”. Kies nu voor de knop “Actie toevoegen” om een nieuwe actie aan deze activiteit te koppelen.

 

Er verschijnt een nieuw venster. Selecteer hier wanneer de actie moet worden uitgevoerd. In dit voorbeeld kiezen we hier voor Activiteit is uitgevoerd. Kies als actie Start Vervolgproduct en selecteer bij product het gewenste product. In dit geval kiezen we hier voor Voorbeeld Rapportage Getoetst.

 

 

Klik op “Opslaan” om de actie op te slaan. Wanneer nu de activiteit Toetsenrapportage wordt uitgevoerd zal het product Voorbeeld Rapportage Getoetst worden uitgerold. De keuzes Goedgekeurd of Afgekeurd zijn afhankelijk van de inrichting van het specifieke product.

 


Terug